Verkeer en dodelijke hindernissen voor overstekende padden

Vanaf eind februari, als de temperatuur boven de 6 °C komt en bij regen kunnen de padden massaal aan de wandel gaan naar water. Dan staan er in Noord-Holland zo’n 200 vrijwilligers klaar om deze dieren te beschermen. Verleden jaar redden zij 25.000 padden, kikkers en salamanders bij het oversteken van wegen. Dit jaar vragen de paddenbeschermers ook aandacht voor andere gevaren: hoge trottoirbanden, straatkolken, diepe vijvers en watermeterputten. Iedereen kan zelf helpen deze gevaren te verminderen. Ook is er hulp nodig bij het overzetten van de padden.

Padden leven het hele jaar in duin, bos en tuin maar zijn voor hun voortplanting afhankelijk van water. Ze zetten daar hun snoeren met eitjes, paddendril genoemd, af. De paddenvisjes groeien op in het water tot kleine padjes die in juni richting het leefgebied terug kruipen. Padden zijn net als andere amfibieën koudbloedig en als de temperatuur in het vroege voorjaar oploopt verlaten ze hun winterholletjes. Vooral op de eerste warmere avonden bij regen gaan er veel padden op pad.

Padden leggen vaak grote afstanden af naar het water. Het verkeer is een bekend probleem, maar er zijn meer dodelijke hindernissen. Tijdens de trek komen ze vaak bij trottoirbanden die ze noodgedwongen volgen. De kans dat ze daarbij in een straatkolk vallen is groot. Hier komen ze niet uit. Ook watermeterputten en tuinvijvers met gladde randen vormen een gevaar voor trekkende dieren. Naar schatting sterven in Nederland jaarlijks ruim een half miljoen volwassen amfibieën en een veelvoud aan jonge dieren in straatkolken. Door in putten en bij vijvers uittreeplekken te maken van gaas of een trappetje van ruw materiaal kunnen de dieren wegkomen. Voor straatkolken zijn speciale uittreedvoorzieningen ontwikkeld. Wijs de gemeente hierop. Informatie hierover is te vinden op www.padden.nu

Er zijn in Noord-Holland veel paddenwerkgroepen actief. Hun vrijwilligers plaatsen schermen langs wegen waar de padden in emmers worden opgevangen. Elke ochtend controleren zij de emmers en dragen de amfibieën naar de overkant van de weg. Waar emmers niet mogelijk zijn, worden ze ’s avonds in de schemering met de hand overgezet. Zo zijn er vorig jaar in Noord-Holland 25.000 amfibieën geholpen met oversteken!

Alle paddenwerkgroepen kunnen hulp goed gebruiken, zo zijn er mensen nodig die gaas en emmers ingraven en na de trek weer opruimen, er zijn vrijwilligers nodig die de vaste paddenschermen en tunnels controleren. En natuurlijk zijn er mensen nodig die een keer per week de emmers met padden tellen en overzetten.
Wilt u uw plaatselijke paddenwerkgroep helpen? Neem dan contact op met de coördinator van de groep. Op www.padden.nu vindt u de contactgegevens van de werkgroepen.