Tekst en beeld: Joke van der Zee
Bloemendaal – Muayad Almohammad (40) ontvluchtte Syrië in 2021 en kwam naar ons land. Via Turkije en Griekenland kwam hij aan in Ter Apel. Vandaaruit werd hij na de nodige formaliteiten inwoner van Haarlem, waar hij nu nog steeds woont, inmiddels met zijn vrouw en twee kinderen. “Ik ben heel blij dat ik mag wonen in Haarlem, zo’n mooie stad met veel historie”, zegt Muayad als de Bloemendaler hem spreekt. Samen met ‘taalmaatje’ Jaap is hij aangeschoven aan tafel waar de redactie van de krant hem een viertal vragen voorlegt voor de rubriek ‘Vier Vragen Aan…’ Muayad heeft veel steun aan Jaap, die onderdeel uitmaakt van het project Taalmaatjes Kennemerland. Via een ander taalmaatje, een journalist, is hij geïntroduceerd als columnist voor de Bloemendaler. Dat is hem op het lijf geschreven aangezien Muayad in zijn geboorteland ook journalist was. Dat beroep kon hij echter al ver voordat de oorlog uitbrak niet meer uitoefenen zonder gevaren.
In zijn nieuwe land wil hij graag aan het werk, maar hoewel hij het Nederlands goed kan verstaan is een fulltimebaan als journalist uitgesloten. Gewoonweg omdat de taal een barrière blijft. Daarom heeft hij besloten om een opleiding tot sportleraar te volgen aan het CIOS, want Muayad’s andere passie is sport en dan vooral voetbal. Hij is coach voor jonge voetballers bij ‘Onze Gezellen’ in Haarlem waar hij ook bij de Veteranen speelt. Hij vindt het heel fijn, doet vriendschappen op en leert veel van de spreektaal. “Komt goed”, dat hoor ik vaak, een mooie uitspraak.”
- Muayad, wat waardeer je het meest in Nederland?
“Bovenaan op nummer één is dat ‘vrijheid’! Dat je hier kunt zeggen en schrijven wat je vindt is iets dat ik nooit in Syrië heb kunnen doen. Nu ik in Nederland ben, waardeer ik dat enorm. Grappig is dat we in Syrië ‘Holland’ zeggen. We kenden Holland van voetbal, de grote clubs. Ook wisten we dat dit land deels beneden de zeespiegel ligt en dat er nieuw land ontstond door molens, die voor inpoldering zorgden.”
- Wat mis je het meest uit Syrië?
“Mijn familie, mijn vader en moeder die ik al 14 jaar niet gezien heb. Jaren voordat ik uit Syrië vluchtte was het al niet meer veilig om hen op te zoeken. We bellen natuurlijk, maar de internetverbinding is daar erg slecht. Verder zijn er verschillen tussen mijn geboorteland en Nederland, ik schreef er al eerder over. Soms mis ik dat je gewoon zomaar aan kunt komen bij vrienden. In Nederland maak je eerst een afspraak, hoewel ik daar ook echt de voordelen wel van inzie hoor. De privacy die we hier op prijs stellen is soms moeilijk maar ook wel weer goed; sommige dingen zijn ‘dubbel’.”
- Hoe zit een gemiddelde dag er bij jou uit?
“De zaterdagen zijn heel leuk. Ik coach mijn voetbalteam en later ga ik naar mijn schoonouders. De ouders van mijn vrouw wonen in Schalkwijk. Dat is voor onze kinderen ook fijn, dat er een oma en opa hier wonen. Ik ben elke dag blij met mijn gezin, dat ik 3 jaar lang moest missen. Mijn vrouw is onderwijsassistent op de Taalschool.”
- Hoe zie je de toekomst?
“Ik houd erg van schrijven en het is fijn om voor de Bloemendaler een maandelijkse column aan te leveren. Toch wil ik graag naar de sportacademie, een 2-jarige mbo-opleiding. Sport is ook een passie van mij!”
Samen met Taalmaatje Jaap.

