Heemsteedse schrijft boek over Caraïbische erfgoedcollecties

Heemstede – Afgelopen januari overhandigde Olga van der Klooster aan gouverneur Alfonso Boekhoudt en minister-president Mike Eman van Aruba haar boek ‘Niets zal ik onbeproefd laten. De Caribische erfgoedcollecties van Anton van Koolwijk: dienaar van God, de wetenschap en de Nederlandse Staat.’ 

De architectuur- en cultuurhistorica bij erfgoedbureau Plantage Zorg en Hoop in Heemstede is gespecialiseerd in het culturele erfgoed in de vroegere Nederlandse koloniën. In haar publicatie neemt de Heemsteedse de lezer mee op een zoektocht door Suriname en Aruba, Bonaire en Curaçao, met in de hoofdrol pastoor Anton van Koolwijk (1836–1913). “Ik wilde weten waarom deze Gelderse priester zo gedienstig de koloniale collecties van de Nederlandse Staat hielp uit te breiden”, zegt ze. Op de ABC-eilanden verzamelde hij duizenden(!) archeologische en etnografische voorwerpen en nuttige natuurproducten voor de rijksmusea, het koloniaal museum in Haarlem, kweektuinen en voor de wereldtentoonstelling in Amsterdam (1883). “Ze konden hem wenslijstjes toesturen.” 

Rekening

“Rijksmusea waren in de 19e eeuw toonbeelden van beschaving en koloniale grootmacht en ook onderzoekscentra van de universiteiten”, zegt ze. Regelmatig riep het Ministerie van Koloniën zijn Nederlandse onderdanen in de overzeese gebiedsdelen op om er nuttige zaken en zeldzaamheden voor de rijksmusea in te zamelen. De overheid betoonde zich een gierige kruidenier. Steeds werd een moreel beroep op de verzamelaars gedaan hun collecties te schenken. De dienstbaarste kreeg er dan alleen maar een koninklijke onderscheiding voor en naamsvermelding in de Staatscourant. Toen Van Koolwijk gouverneur Van den Brandhoff op Curaçao verzocht een erepenning van de Venezolaanse president op Aruba te mogen ontvangen, stuurde deze gelijk ook de rekening van de verzendkosten mee! 

Fascinerend inkijkje

Twaalf jaar deed Van der Klooster over haar onderzoek. “Ik wilde weten wat Van Koolwijk precies verzamelde en wat de lokale bevolking daar nou van vond.” Die informatie vond ze in zijn acht jaar durende briefwisseling met Conrad Leemans, directeur van het Rijksmuseum van Oudheden en van het Rijks Etnografisch Museum in Leiden. Hun correspondentie geeft een fascinerend inkijkje in het negentiende-eeuwse gedachtengoed van een bevlogen pastoor, een invloedrijke museumdirecteur die hem almaar aanspoort en een zachtaardige, volgzame bevolking. We ontmoeten in haar boek ook Lindor Serrurier van de Hortus Botanicus in Leiden. Als een kind zo blij was hij met de bolcactussen, maar het lukte maar niet die verder op te kweken. Geduldig stuurde Van Koolwijk hem dan weer nieuwe toe. Van Eeden, directeur van het Koloniaal Museum in Haarlem, was weer gelukkig met de ‘eerlijke en primitieve’ Arubaanse mandjes en met de wayakahars die volgens hem een goedkoop alternatief voor dure Arabische gom zou zijn.

Culturele betekenis

Van der Klooster onderzocht waar de artefacten van de Benedenwindse Eilanden tegenwoordig zijn. De archeologische en etnografische zaken vond ze terug in de depots van het Wereldmuseum. Ze beschrijft de museale waarde ervan, maar benadrukt tegelijk ook de culturele betekenis van de voorwerpen voor de gebieden van herkomst zelf. In haar boek laat ze ook erfgoedvertegenwoordigers van de ABC-eilanden zelf aan het woord. ‘Niets zal ik onbeproefd laten’ is bij boekhandel Blokker in Heemstede te koop en bij plantagezorgenhoop.nl.

Olga overhandigt het eerste exemplaar aan gouverneur Alfonso Boekhoudt van Aruba. Foto aangeleverd.